XVIII Steenheuvels

by pieter

Procul negotiis (Lat.) ver van de (staats)zaken

(Horat., Epoden2,1). Vgl. Beatus ille etc.

Frie stalt zijn paarden in “Het Sparrenhof”; een boerderij waar Sus en Melanie wonen. Blijkt dat daarnaast een camping komt, verhuist Frie de stal deze keer samen met het hele gezin even verder op “de Steenheuvels”. Frie laat echter in de verkoopakte opnemen dat Sus en Melanie de rest van hun leven gratis in ‘Het Sparrenhof’ mogen blijven wonen. Dit typeert Frie ten voeten uit.

Zo wordt medio jaren ’70 de officiële residentie aan een druk kruispunt tussen twee benzinestations verhuist naar de gezonde boslucht van Langdorp.

Godfried is voorzitter van de ‘Bosruiters Langdorp’,  jurylid voor jumping-en dressuurwedstrijden, neemt deel aan wedstrijden en geeft zelf ook les dressuurpaardrijden. Thuis worden paarden gefokt. Ruiters die niet over een eigen paard beschikken, kunnen er ééntje lenen uit de stal met acht paarden.

 

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is DSCF2015-2k-1024x735.jpg

Gust, Staf en Frie vallen in de prijzen

De gouden medailles kleeft Pieter met plakband aan zijn oorlelletjes!

Een leuk verhaal is ook over Staf en Nelly, de eerste conciërge op de Steenheuvels:
Mia rijdt eigenhandig met de tractor met een schudmachine om het hooi te drogen. Een handje toesteken, dat is voor Mia een beetje uit de band springen. Hippe Nelly met haar witte leren knielaarzen trekt de aandacht van voorbijgangers. Een wandelaar spreekt Mia aan: “Die dui mee huir witte botte, is da na die van de notuires?“ Geen wonder dat de opmerking door de betrokken notarisvrouw matig geapprecieerd wordt. Zij borstelt op staande voet Staf en Nelly uit de Steenheuvels.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is van-kerckhoven-DSCF6858-3k-688x1024.jpg

Mia vergelijkt haar landgoed met “The greatest romance of all time!” (1982)

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Godfried-a-cheval.jpeg

Frie met Robbie

Pella met veulen Willeke – Steenheuvels, Langdorp

„Mijn jeugdherinneringen op de Steenheuvels dateren van medio jaren zeventig. Als tiener en lid van ‘Bosruiters Langorp’, leerde ik paardrijden met als instructeur notaris Van Kerckhoven. Om de correcte houding aan te leren, kreeg ik een bezemsteel onder de armen en een sigarettenblaadje tussen de knieën om de juiste aansluiting met het zadel te krijgen. Ik kan je verzekeren, ik kon zeer snel paardrijden.

Eric Bergen (2020)

Frie steekt een handje toe voor de fanfare en ziekenzorg

Iedereen is welkom bij Mia en Frie: de mensen van Wolfsdonk dorp

of voormalig Eerste Minister Mark Eyskens.

Frie met zijn arm in de gips na een val van zijn paard (foto: Provence-1979)

Mei 1979: Tijdens een wandeltocht met een Engelse volbloed, galopperen een groep ruiters voorbij. De hengst zet de achtervolging in. Frie trekt de teugels aan, Lord steigert en Frie valt op de betonweg. Zijn arm en bovenlichaam zitten voor een half jaar in de gips.

NATUURBEHOUD.

« Secundum naturam vivere »
“In harmonie met de natuur leven”

Cicero

Frie beleeft zelf het bosbeheer op de Steenheuvels. In de eerste helft van de twintigste eeuw werden overal eentonige percelen naaldhout geplant, onder andere om de Limburgse mijnen te stutten. Frie is geen moderne natuurbeheerder die de bossen afwisselender, natuurlijker mooier maakt. Er worden oorspronkelijke dennenbomen geveld en in blokken verdeeld door een jankende kettingzaag. Alles voor de kachel en het haardvuur.

Frie trekt met zijn kinderen de bossen in, ook ’s avonds laat met petroleumlampen: tijdloze schoonheid in de duisternis.

Gert, Ilse, Pieter en Frie

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is van-kerckhoven-DSCF6857-3k-1024x802.jpg

Een Daihatsu jeep voor het onderhoud van de bossen. – Steenheuvels, Langdorp. (foto: 1985)

De natuur gedoogt dat u haar bespiedt, niet dat u haar ontraadselt.

Pythagoras

Dit dreefje beukenbomen wordt door Frie eigenhandig geplant. “Buimmeke groewet, ’t menneke doewed” (Boompje groot, plantertje dood) – Frie

Even stilstaan in het gerestaureerde huis waar de 19de eeuw leeft. Bij binnenkomst ruik je het meteen: de weldadige geur van boenwas. De verfraaiingen met gevelornamenten en sierbalken zijn afkomstig van een gesloopt klooster rond Leuven. De kasseien rond de woning komen van een militaire kazerne. De dakpannen deden voordien dienst op loodsen van een voormalige steenbakkerij in Ramsel. Frie kon alles voor een appel en een ei op de kop tikken. Bemerk de openhaard met vroeg 16de-eeuwse gesculpteerde fragmenten in blauwe hardsteen. Rechts een dansend koppeltje van nederige afkomst, achter Frie dansen edellieden. Aan elke bezoeker legt Frie uit hoe hij de blokken roestbruine Diestiaanijzerzandsteen van de schouwmantel op de kop heeft kunnen tikken. Ze komen namelijk van een mesthoop bij een buur-landbouwer.

Mia wordt door de toenmalige BRT-radio geïnterviewd nadat zij de eerste prijs heeft gewonnen van mooiste 50+ vrouw.

« Horas non numero nisi serenas »
« Je ne compte que les heures heureuses »

Staande klok – Henry Dille – Aerschot 1816

In het sprookjesachtig decor waar Frie troont tikt een staandeklok afkomstig van de inboedel van ’t Zavelhof (heden tennisclub). De twee gewichten van de staande klok worden ’s morgens en ’s avonds door Frie of Pieter opgetrokken. Rechts in beeld van de klok hangt een werk van Aarschots kunstschilder Ernest Vanden Panhuysen.

Klok 1

« Velle suum cuiqui est »
« Wat een mens wil, is voor iedereen persoonlijk» Persius

Oh, schaapjes en dwerggeitjes!

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is 1056-876x1024.jpg

Ilse

Frie kweekt Suffolkschapen met zwarte kop, zwarte poten en witte fijne wol. Mia en de kinderen lusten geen schapenvlees. Op een dag bemerkt Mia vriezers vol schapen. Dan maak je toch gewoon een grote kuil om de diepvrieszakjes erin te dumpen.

Een slecht gesmaakte passage is wanneer Ilse dwerggeitjes krijgt, op de dierenmarkt van Heist-Op-Den-Berg. Om de haverklap geraken geweien geklemd in de afspanningsdraad, met eeuwig gemekker als gevolg. Frie realilseert zich dat het keutelachtige, geldverspillende beesten zijn. Als hint stopt de buurvrouw aan Frie heimelijk de bereiding van stoofschotel van geitenvlees toe. Vervolgens komt slachter “de zatte witte Wuyts” de sprookjesachtige diertjes kelen. De gewoonte om het gezellig over de geitjes te hebben met Ilse als zij van internaat thuis komt, is over. Hun vachtjes sieren nu haar slaapkamer. Dit heeft Ilse diep geraakt. 35 jaar later liggen die geitenvachtjes over de leuning van haar zetel.

“Boni pastoris est tondere pecus, non deglubere”
“Een goede herder scheert zijn schapen, maar trekt hen niet het vel over de oren.”

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is van-kerckhoven-DSCF6864-3k-1024x688.jpg

Pieter, Colette, Gert, Ilse en Frie

”Ieder hart zingt een lied, onvolledig, tot een een ander hart terug fluistert.” – Plato.

De kerstmaaltijd wordt gevolgd door liederen, en een geschenkje. De kinderen hebben weinig speelgoed. Maar wel motocrossen, kampen bouwen met takken, overal ravotten. Wie naar de hun kindertijd vraagt, komt automatisch bij het bos uit.

Bekende buurman:

Midden jaren ’70 wordt Luc Delafortrie (1912-1999) buurman. Hij was organisator van het Verdinaso, redacteur van De Standaard, publicist De Nieuwe Gids, schrijver, dichter. De auteur maant Frien aan om zijn bossen niet te verkavelen anders zal hij aangifte doen wegens vermoeden van knevelarij en beroepsmatige discriminatie. Met kerst krijgt Frie een vier meter hoge kerstboom en een dichtbundel van Delafortrie. In 1983 wordt hij in zijn bos geïnterviewd voor het tv-programma over WO II ‘De nieuwe orde’ door Maurice Dewilde. Het succes van de buurman heeft ook een minder geslaagd gezicht (en dan bedoel ik niet eens de collaboratie). De mede oprichter van het Priester Daensfonds verhuist en laat Frie in verdwazing achter wanneer hij desalniettemin zijn bosgronden heeft omgezet in bouwloten, die hij verkoopt.

« Bij heel wat mensen gaat het woord de gedachte vooraf. » – citaat Luc Delafortrie

Macadam:

« Minstens even interessant is hoe ik de Steenheuvels, een prachtig stuk landschappelijk erfgoed, redde van geasfalteerde worden. Mijn vader had er een hekel aan om door de plassen van de niet verharde weg te rijden. “Ne mens zit alta mee ne vowalle n‘otto. En meej’al die putte, da’s ni goe veu d’amortisseurs è! E weggeske in Macadam, da sa na toch nen droewem zaan è, niewaar è!” – Frie Hij ging plat op de buik voor koning auto en overtuigde het stadsbestuur om versneld geld vrij te maken om de idylle met een wegverharding te verstoren. Toen heb ik mij ermee gemoeid. Aan toenmalig burgemeester Rik Daems vroeg ik de eeuwenoude ‘parel’ van het Langdorpse landschap te sparen van asfalt. Rik vond mijn bezwaar hilarisch, wees erop dat de aanvraag van mijn vader kwam maar beloofde er rekening mee te houden.   Papa sprong zo ongeveer uit zijn vel over mijn tussenkomst.» – Pieter

Kies steeds de weg, die het best schijnt, hoe ruw hij ook schijnen moge.

Pythagoras

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Godfried-voiture-1024x609.jpeg

Frie met zijn statusblik (1985)

Om 7:30 uur neemt Frie zijn zonen mee naar Aarschot. Wanneer Frie een vrijend koppel ziet, stopt hij woedend, opent het raam en buldert: “Hoes zit et? Moet ik merrege een matras meebrenge?” De zonen kruipen weg van schaamte. Zéér genant om later de vrijer in schoolgangen te kruisen. Vervolgens gaan ze per fiets naar school.

Geregeld gaat de notaris op prospectie bij autodealers, die hem met de nodige égards rondleiden. “De echte autoliefhebbers vervangen hun wagen niet graag.  Het draait om het gevoel van: ik droom ervan. Ik was graag garagist geworden.” – Frie Een garagehouder haakt in:  “Allé Meniejer de notuires, tot as me noch es zuike kunne doen!”

In de jaren negentig reed de hoofdspersoon van deze rubriek met deze blinkende bolide.

« Dum vivimus, vivamus »
« Laten we van het leven genieten, zolang we leven »

XIX Anna en Marcel